Interne evaluatie

Het is belangrijk dat de stappen geëvalueerd wordt. Dit zal de directie op zich nemen.

Waar nodig is zullen er verbeteringen in afspraken en/of procedures aangebracht.

De gegevens die betrekking  hebben tot kindermishandeling worden geregistreerd De gegevens zullen bewaard worden door de directie. Zo kan er in kaart gebracht worden hoe vaak er vermoedens zijn van kindermishandeling.

Signalering kindermishandeling of zedendelict naar een kind toe

Wanneer er bij een collega singalen komen voor kindermishandeling of zedendelict naar een kind toe zal er direct stappen ondernomen worden. Hieronder vindt u de stappen die gelopen moeten worden.

Stap 1

Stap 1A: Signalen  van een collega

  • Observeren van de collega
  • Raadlegen van de signalenlijst die hierboven als eens eerder genoemd staat
  • Regristreren

Stap 1B: Direct Melding doen van vermoeden geweld- of zedendelict door een collega  jegens een kind bij houder De beroepskracht of bemiddelingsmedewerker

  • Is verplicht het vermoeden van een geweld- of zedendelict door een collega jegens een kind direct bij de directie te melden.

Stap 2: In overleg treden met vertrouwensinspecteur 

  • Moet direct contact leggen met een vertrouwensinspecteur (overlegplicht) indien hij aanwijzingen heeft dat een collega een geweld- of zedendelict begaat of heeft begaan jegens een kind;
  • Krijgt advies van de vertrouwensinspecteur over al dan niet doen van aangifte
  • Registreert

Stap 3: Aangifte doen

  • Is verplicht bij redelijk vermoeden aangifte te doen bij de politie (aangifteplicht);
  • Stelt de beroepskracht in ieder geval voor de duur van het onderzoek op non-actief
  • Legt een draaiboek aan
  • Raad plegen van AMK en/of GGD
  • Regelen van ondersteuning naar kind en ouder
  • Volgt het ingestelde onderzoek van de politie
  • Registreren

Stap 4: Handelen naar aanleiding van onderzoek van de politie

  • Rehabiliteert
  • Geeft waarschuwing af
  • Neemt arbeidsrechtelijke maatregelenRegistreert

Stap 5: Nazorg bieden en evalueren

  • Biedt nazorg voor ouders en kinderen;
  • Biedt nazorg beroepskrachten;
  • Organiseert ouderavonden;
  • Verwijst door naar externe hulp;
  • Evalueert de procedures;
  • Registreert.

Signalering seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen

Wanneer er signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen onderling voorkomen kunnen de volgende stappen ondernomen worden.

Stap 1: In kaart brengen van signalen

  • Raadpleeg de signalenlijst uit de handleiding (zie bijlage 1 en 2).
  • Vraag een gesprek aan met de directie
  • Bespreek de signalen met collega’s of de bemiddelingswerker, aandachtsfunctionaris, leidinggevende of gedragswetenschapper.

Stap 2: Melden van het gedrag

Wanneer de signalen zijn gesinialeerd wordt dit besproken met de ouder(s) van de kinderen. Dit wordt geregristeert zodat er gekeken kan worden hoe vaak dit voorkomt bij Road2School.

Stap 3: Beoordelen ernst van het gedrag

Na beoordeling van collega’s, gedragswetenschapper en directie wordt er gekeken of er daadwerkelijk sprake is van seksueel overschijdend gedrag. Wanneer er niet uitgekomen wordt kun je advies vragen bij AMK, GGD, CJG.

Stap 4: Maatregelen nemen

De directie bepaalt welke maatregelen genomen moeten worden wanneer er sprake is van ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag.

  • Er kan een intern onderzoek geopend worden. Het is goed om nauw samen te werken bij de volgende instanties AMK, het zorgadviesteam en GGD.
  • Regelen van ondersteuning voor het kind
  • Aanbieden van excuses voor falend toezicht/onveilige situatie vanuit de kinderopvang. Hierbij wordt tevens aangegeven dat onderzocht wordt hoe verbeteringen binnen de kinderopvangorganisatie kunnen worden doorgevoerd om mogelijke herhaling te voorkomen.
  • Aanbieden van opvang en professionele hulp voor alle kinderen en hun ouders die op welke wijze dan ook betrokken zijn geweest bij het grensoverschrijdende seksuele gedrag. Emotionele begeleiding van de direct betrokken ouders is noodzakelijk.
  • Indien een kind seksueel grensoverschrijdende handelingen heeft uitgevoerd bij een ander kind dan is het belangrijk gesprekken te voeren met beide partijen ouders en gezamenlijk te komen tot oplossingen. Creëer van beide partijen ouders 'bezorgde ouders' en zoek naar een gezamenlijk belang. De kinderopvangorganisatie vertegenwoordigt de belangen van alle kinderen. Dat kan betekenen dat de kinderopvangorganisatie beslissingen neemt die één van beide partijen niet zint. De kinderopvangorganisatie kan tegen het volgende dilemma oplopen: gaat een kind van de kinderopvang af of niet? En is dat op basis van een besluit van de kinderopvangorganisatie of van de ouders (opzeggen plaatsingsovereenkomst)? Belangrijk is de ouders altijd te informeren over de gemaakte keuze en deze te beargumenteren.
  • Afscherming van het kind dat het grensoverschrijdende gedrag heeft vertoond.

Stap 5: Handelen

De beoordeling van het incident en het advies uit het (eventuele) interne onderzoek kunnen leiden tot verschillende uitkomsten. Afhankelijk van deze uitkomsten heeft de directie verschillende mogelijkheden om te handelen richting het kind dat het seksueel grensoverschrijdende gedrag heeft vertoond.

  • Het kind blijft op de groep;
  • Het kind gaat naar een andere groep, andere locatie of andere kinderopvangorganisatie;
  • Het inzetten van hulp;
  • Melding bij het AMK.

Het kind blijft op de groep

Wanneer de directie constateert dat op grond van het verrichte onderzoek geen aanleiding is aan te nemen dat het gedrag zich zal herhalen of dat de aanwezigheid van het kind bedreigend is voor andere kinderen kan, in overleg met betrokken ouders, besloten worden het kind binnen de betreffende groep van de kinderopvangorganisatie te laten.

Het kind gaat naar een andere kinderopvangorganisatie

De directie kan besluiten dat het in het belang is van het kind en/of de kinderen die met het gedrag geconfronteerd zijn, dat het kind naar een andere kinderopvangorganisatie gaat. Ouders moeten zelf contact nemen met een andere kinderopvang, maar wordt wel begeleid door de directie.

Het inzetten van hulp

Met advies van het AMK en in overleg met de ouders kan hulpverlening voor het kind worden ingezet.

Melding bij het AMK

De directie doet een melding bij het AMK. Het gedrag van het kind kan namelijk ook op andere problematiek wijzen.

Stap 6: Nazorg bieden en evalueren

Aanbevolen wordt het personeel persoonlijk te informeren. Daarnaast kunnen alle betrokkenen zo spoedig mogelijk over het seksueel overschrijdende gedrag op de hoogte worden gebracht middels een brief of een gezamenlijke (ouder)bijeenkomst. De directeur is verantwoordelijk voor de nazorg en de evaluatie.

Het gehele proces en de verschillende stappen worden geëvalueerd.

  • De directeur evalueert met beroepskrachten en eventueel andere betrokkenen wat er is gebeurd en de procedures die zijn gevolgd.
  • Zo nodig wordt de zaak ook doorgesproken met andere betrokkenen.
  • Zo nodig worden verbeteringen in afspraken en/of procedures aangebracht.
  • Geanonimiseerde gegevens met betrekking tot het seksueel grensoverschrijdend gedrag worden geregistreerd. Deze gegevens worden door de directie op een centraal punt bewaard.

Stappenplan medewerkers van Road2School

Om het voor de medewerkers van Road2School mogelijk te maken in een veilig werkklimaat huiselijk geweld en kindermishandeling te signaleren en de stappen van de meldcode te kunnen zetten, draagt Road2School er zorg voor dat:

De directie:

Þ     de meldcode opneemt in het veiligheids- of gezondheidsbeleid van de kinderopvangorganisatie;
Þ     een aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling (mogelijk de direct leidinggevende of bemiddelingsmedewerker) aanstelt;
Þ     de deskundigheidsbevordering opneemt in het scholingsplan;
Þ     regelmatig trainingen en andere vormen van deskundigheidsbevordering aanbiedt aan beroepskrachten, zodat zij voldoende kennis en vaardigheden ontwikkelen en ook op peil houden voor het signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling en voor het zetten van de stappen van de meldcode;
Þ     de meldcode en bijbehorende routes laat aansluiten op de werkprocessen binnen de kinderopvangorganisatie;
Þ     ervoor zorgt dat er voldoende deskundigen intern en extern beschikbaar zijn om de beroepskrachten te kunnen ondersteunen bij het signaleren en het zetten van de stappen van de meldcode;
Þ     de werking van de meldcode regelmatig evalueert en zo nodig acties in gang zet om de toepassing van de meldcode te optimaliseren;
Þ     binnen de kinderopvangorganisatie en in de kring van ouders bekendheid geeft aan het doel en de inhoud van de meldcode;
Þ     afspraken maakt over de wijze waarop Road2School haar beroepskrachten zal ondersteunen als zij door ouders in of buiten rechte worden aangesproken op de wijze waarop zij de meldcode toepassen;
Þ     afspraken maakt over de wijze waarop Road2School de verantwoordelijkheid opschaalt indien de signalering en verwijzing voor een kind stagneert;
Þ     eindverantwoordelijkheid draagt voor de uitvoering van de meldcode;
Þ     investeert in de opleidingen voor aankomend beroepsbeoefenaren: zorgt voor kennis en vaardigheden inzake het herkennen van en omgaan met een vermoeden van seksueel misbruik, waarbij de ontwikkeling van de seksualiteit van kinderen en het bespreekbaar maken van de eigen normen en waarden aan de orde komt;
Þ     investeert in nascholing van zittend personeel in de kinderopvangorganisatie (staf/management en beroepskrachten): zorgt voor kennis en vaardigheden inzake het herkennen van en omgaan met een vermoeden van seksueel misbruik, waarbij de ontwikkeling van de seksualiteit van kinderen en het bespreekbaar maken van de eigen normen en waarden aan de orde komt;
Þ     investeert in een open aanspreekcultuur binnen kinderopvangorganisaties: zorgt voor een open cultuur waarbinnen op professionele wijze reflectie op normen en waarden, werkwijze en handelen plaatsvindt;
Þ     investeert in een goede ‘zorgstructuur’ binnen kinderopvangorganisaties: zorgt voor voldoende lucht in teams, vertrouwenspersonen, vertrouwenscommissie (als van toepassing), structurele agendering, bij- en nascholing, etc.

De directie:

Þ     als aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling is aangesteld;
Þ     als vraagbaak functioneert binnen de kinderopvangorganisatie voor algemene informatie over (de meldcode) kindermishandeling;
Þ     signalen herkent die kunnen wijzen op kindermishandeling of huiselijk geweld;
Þ     kennis heeft van de stappen volgens de meldcode;
Þ     taken vaststelt van een ieder (wie doet wat wanneer) en deze in de meldcode vastlegt;
Þ     de sociale kaart in de meldcode invult;
Þ     deelneemt aan het zorgadviesteam (indien dit beschikbaar is);
Þ     de aansluiting van de meldcode op de werkprocessen uitvoert;
Þ     de aansluiting van de meldcode op de zorgstructuur uitvoert;
Þ     samenwerkingsafspraken vastlegt met ketenpartners;
Þ     de uitvoering van de meldcode coördineert bij een vermoeden van huiselijk geweld en/of kindermishandeling;
Þ     waakt over de veiligheid van het kind bij het nemen van beslissingen;
Þ     zo nodig contact opneemt met het AMK voor advies of melding;
Þ     de genomen stappen evalueert met betrokkenen;
Þ     toeziet op zorgvuldige omgang met de privacy van het betreffende gezin;
Þ     toeziet op dossiervorming en verslaglegging.

De medewerkers

Þ     signalen herkent die kunnen wijzen op kindermishandeling of huiselijk geweld;
Þ     overlegt met de direct leidinggevende of bemiddelingsmedewerker bij zorg over een kind aan de hand van waargenomen signalen die kunnen wijzen op kindermishandeling of huiselijk geweld;
Þ     afspraken uitvoert die zijn voortgekomen uit het overleg met de direct leidinggevende of bemiddelingsmedewerker, zoals observeren of een gesprek met de ouder;
Þ     de resultaten bespreekt van deze ondernomen stappen met de direct leidinggevende of bemiddelingsmedewerker.

De directie, de medewerkers zijn niet verantwoordelijk voor

Þ     het vaststellen of er al dan niet sprake is van kindermishandeling of huiselijk geweld;
Þ     het verlenen van professionele hulp aan ouder of kind (begeleiding).


[1] Voor gastouder en vrijwilliger: zie uitwerking in stap 4 van deze route